19 maart 2013
Biomimicry; de natuur als laboratorium
Het kernidee van biomimicry? De natuur, mensen, dieren en planten, zitten na 3,8 miljard jaar evolutie vol ‘bewezen techniek’. Biomimicry neemt de beste oplossingen over. We vinden ze terug in de architectuur, machineontwerp, biochemie, waterbouw, werktuigbouw, automotive en design. Daarnaast zijn natuurlijke oplossingen vaak ook duurzamer. Researchers kunnen een sterke chemische lijm ontwikkelen, maar jezelf met wat eiwitten vasthechten aan natte objecten in zee, dat leer je van een mossel in de branding. En de inktvis reikt ons kant-en-klare technieken aan voor videoregistratie, het genereren van een schutkleur en het opvangen van zonlicht.

Biomimicry kent drie werkvelden

Biomimicry is in principe van toepassing op alle wetenschappelijke gebieden; van werktuigbouwkunde en industrieel productontwerp tot economie. Er zijn drie leerniveaus te onderscheiden, het leren van de uitkomsten van het evolutieproces (klittenband, vliegtuigvleugels etc), het leren van het evolutieproces zelf (optimalisatietechnieken en strategieën) en het leren van de succesprincipes van de evolutie (circulaire economie, duurzaamheid, aanpassend vermogen). Biomimicry biedt ook handvatten om duurzamer met onze planeet om te gaan; met grondstoffen, afval en energie. Functionele morfologie beschouwt de relatie tussen de biologische vorm of structuur en functie. De basis ligt in het observeren van de natuur. Een voorbeeld? Voor een nieuwe generatie zuinige auto’s bestudeerden ontwerpers bij Mercedes]Benz de volumineuze koffervis. Die is wel dik, maar… super gestroomlijnd. Dit leidde tot de concept car Bionic.

Lees hier het hele artikel.





terug naar overzicht